De omgevingswet; katalysator van een nieuwe manier van werken?

Pieter van Teeffelen

De Omgevingswet houdt me bezig. In 2018 moet zij van kracht gaan; één wet die alle wetten en regels op het gebied van de leefomgeving vereenvoudigt en bundelt. Deze wet moet ervoor gaan zorgen dat de inrichting van de ruimte in ons land op een soepele manier verloopt, van nationaal tot lokaal niveau en rekening houdend met alle belangen en afspraken die bestaan. Vooralsnog is er vooral aandacht voor de juridische kant. Begrijpelijk, als je ziet hoeveel wetten moeten worden samengevoegd en aangepast. Maar, hoe zit deze wet nou in elkaar en hoe gaat de wet werken in onze (geo-)praktijk? Daarover hoor ik nog opvallend weinig, terwijl ik daar nou juist zo benieuwd naar ben.

Mijn vraag hoe de Omgevingswet er nou in de gemeentelijke praktijk uit zou gaan zien stelde ik aan Astrid Elemans, hoofd Geo van de gemeente Den Haag. Zij vertelde me dat er in de hofstad al volop over wordt nagedacht. Ook zij wist nog niet precies hoe de wet eruit zou gaan zien en wat het voor haar werkveld zou betekenen, maar ze was wel enthousiast: ‘Ik ben ervan overtuigd dat we onze klanten straks beter en sneller van dienst kunnen zijn. Zo’n instrument past goed bij ons, we willen graag burgers en bedrijven stimuleren om zelf initiatief te nemen. We hebben goede ervaringen bij de Binckhorst; een oud industrieterrein. Burgers en bedrijven kunnen daar zelf met vestigingsvoorstellen komen en het lukt ons om die ontwikkeling te regisseren.’

Het werd me duidelijk dat niet zozeer de samenvoeging van allerlei wettelijke regels haar enthousiasme wekten, maar dat ze de nieuwe wet vooral zag als een katalysator van een nieuwe vorm van ruimtelijke planning. Een vorm die het mogelijk maakt dat gemeenten op een uitnodigende manier hun burgers en bedrijven letterlijk en figuurlijk de ruimte kunnen geven. Het gesprek gaf me een positief gevoel, maar riep tegelijkertijd ook vragen bij me op. Om de Omgevingswet mogelijk te maken, moeten data vanuit vele, diverse bronnen worden ontsloten. Kunnen we al die gegevens, van basisregistraties en gemeentelijke bronnen tot aan de input van waterschappen en provincies, wel combineren tot die informatie die we daadwerkelijk nodig hebben? En is de informatiehuishouding van gemeenten zo goed op orde dat we dan ook in de dagelijkse praktijk gemakkelijk bij die informatie kunnen?

Laten we niet wachten tot op nationaal niveau de Omgevingswet volledig is gerealiseerd en vastgelegd. Laten we nu al mee denken en laten we gaan testen in de gemeentelijke praktijk. Deze wens hoor ik ook steeds vaker in onze kringen, het hardst misschien nog wel tijdens de onlangs gehouden regionale bijeenkomsten van het Gemeentelijk Geo-Beraad (GGB). Ik wil gemeentelijke geo-, WOZ-, en vastgoedexperts dan ook oproepen hun stem te laten horen. Via het GGB, maar ook op ons jaarlijkse congres dat in het teken van de Omgevingswet zal staan. Met de uitkomsten kunnen we niet alleen de juridische discussie voeden, we kunnen ook – proactief – meedenken en meewerken aan de praktische invulling van deze nieuwe manier van werken in onze sector waar die ruimte, waarover de Omgevingswet gaat, zo’n centrale plek inneemt.

DEEL DIT BERICHT

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf × vier =